Hoe werkt de woonkostenverhoging vanaf 1 januari 2022?

vrijdag 10 december 2021

Jan Joost Visser legt uit hoe de woonkostenverhoging werkt. Jan Joost is business analist en projectleider SNG Rekenmodule BVV en belicht de juridische grondslag, de berekening en de toepassing in de SNG Rekenmodule BVV. De uitleg voor de juridische grondslag is tot stand gekomen in samenwerking met de juristen van SNG.  

Inleiding

Op 1 januari 2021 is de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (wet vBVV) in werking getreden. De SNG Rekenmodule BVV berekent vanaf dat moment de woonkostenverhoging. Het correct toepassen van de woonkostenverhoging wordt volledig door de SNG Rekenmodule BVV uitgevoerd zolang alle relevante gegevens in een vraagbericht meegestuurd worden. Vanaf 1 januari 2022 wordt het nog duidelijker voor de beslaglegger omdat deze functionaliteit wordt uitgebreid.

Wat is de woonkostenverhoging?

In het systeem vóór inwerkingtreding van de wet vBVV was de ophoging voor de woonlasten gemaximeerd tot een huur van ongeveer € 540,-. De huidige ontwikkelingen op de woningmarkt en het feit dat hogere inkomens niet in aanmerking kunnen komen voor sociale huurwoningen leiden tot hogere woonkosten bij een hoger inkomen. Dit heeft geresulteerd in ophogingen van de beslagvrije voet (BVV) in verband met de woonsituatie van de schuldenaar, de zogenaamde woonkostenverhoging. De wettelijke basis is terug te vinden in artikel 475da, vijfde t/m zevende lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in combinatie met artikel 4 Besluit beslagvrije voet.

Wat is er gewijzigd in de woonkostenverhoging met de invoering van de wet vBVV?

Er zijn nu twee varianten van de woonkostenverhoging. Elke variant heeft andere eisen voor het recht op de woonkostenverhoging.

Wat zijn de twee varianten van de woonkostenverhoging?

  • Een tijdelijke variant op verzoek van een schuldenaar met een maximale BVV voor zijn leefsituatie én hoge woonkosten (artikel 475da, vijfde en zesde lid, Rv).

Voorwaarde is dat de schuldenaar woonkosten heeft van meer dan 10% boven de in artikel 13, eerste lid onder a, Wet op de huurtoeslag vermelde rekenhuur (anno 2021 € 752,33 per maand). Voor een huurwoning komt dit neer op de rekenhuur. Is de schuldenaar eigenaar van de door hem bewoonde woning dan worden de aan de hypotheekverstrekker betaalde hypotheekrente, erfpacht en overige kosten als woonkosten aangemerkt. 

Bij deze tijdelijke variant is de woonsituatie van de schuldenaar (huren of bezitten van een eigendomswoning) niet relevant. Het verzoek wordt alleen gehonoreerd voor zover het voor beslag vatbaar inkomen van de echtgenoot/partner onvoldoende is om de hogere woonkosten op te vangen.

  • Een permanente variant op verzoek van een schuldenaar die eigenaar is van de door hem bewoonde woning (eigendomswoning) en een belastbaar inkomen heeft lager dan het norminkomen (artikel 475da, zevende lid, Rv jo. artikel 14, eerste lid, Wet op de huurtoeslag).

Reden voor deze variant is dat bij de berekening van de BVV ervan uit wordt gegaan dat de schuldenaar huurtoeslag ontvangt. Een woningbezitter kan alleen geen huurtoeslag ontvangen. Een schuldenaar met eigendomswoning en een belastbaar inkomen lager dan het norminkomen zou zonder woonkostenverhoging worden benadeeld.   

Kan een schuldenaar van beide varianten gebruik maken?

Nee, de twee varianten sluiten elkaar uit.


De tijdelijke variant mag alleen toegepast worden als iemand een maximale BVV heeft voor zijn leefsituatie. Voor schuldenaren met een hoog belastbaar inkomen geldt de maximale BVV zoals vermeld in artikel 475da, eerste lid, RV.
De schuldenaar heeft daarmee bij de tijdelijke variant een zodanig hoog inkomen (en daarmee dus een maximale BVV) dat geen aanspraak op toeslagen bestaat.
De BVV wordt berekend op basis van de leefsituatie van de schuldenaar en het totale belastbaar jaarinkomen van de schuldenaar en eventueel de partner.

De permanente variant mag alleen toegepast worden bij een laag totaal belastbaar inkomen. Er wordt gecontroleerd of het belastbaar jaarinkomen onder een bepaalde grens, het norminkomen, ligt. Zolang dit het geval is, komt er nooit een maximale BVV voor de leefsituatie uit.

Aangezien er sprake moet zijn van óf een maximale BVV voor de leefsituatie óf een jaarinkomen onder een bepaalde grens (waardoor er geen sprake is van een maximale BVV voor de leefsituatie) is het niet mogelijk om recht te hebben op beide varianten.

Daarnaast is de permanente variant alleen beschikbaar voor de schuldenaar die eigenaar is van de door hem bewoonde woning (eigendomswoning). Bij de tijdelijke variant is niet van belang of de schuldenaar de woning huurt of bezit.

Hoe werkt de tijdelijke variant?

Voor de tijdelijke variant moeten de woonkosten hoger zijn dan 110% van de in artikel 13, eerste lid onder a, Wet op de huurtoeslag vermelde rekenhuur. Voor de eerste helft van 2021 kwam dit uit op ongeveer € 827,-. De verhoging van de BVV is gelijk aan het bedrag waarmee de woonkosten de rekenhuur plus 10% van dit bedrag overstijgt. De eerste 10% van de hogere woonkosten komen dus voor eigen rekening. Daarnaast moet de schuldenaar een maximale BVV voor zijn leefsituatie hebben.

Hoe werkt de permanente variant?

Bij de permanente variant worden de woonkosten voor de eigendomswoning omgezet in een corresponderende rekenhuur voor als de koopwoning zou worden verhuurd. Dit gebeurt met een methodiek die lijkt op hoe belastingschijven worden toegepast. Per schijf wordt een bepaald percentage van de woonkosten in aanmerking genomen.

Hoe lang mag de tijdelijke variant toegepast worden?

Als aan alle vereisten wordt voldaan heeft een schuldenaar op verzoek recht op een verhoging op basis van de woonkosten voor de duur van zes maanden. Na deze periode wordt de schuldenaar geacht zijn woonlasten aangepast te hebben door bijvoorbeeld het opzeggen van de huur of het verkopen van zijn huis.

De termijn mag op verzoek van de schuldenaar eenmalig met zes maanden worden verlengd mits de vordering waarvoor beslag is gelegd binnen deze tweede periode van zes maanden volledig kan worden voldaan. In dat geval kan namelijk niet van de schuldenaar worden verwacht dat hij tussentijds zijn woonlasten aanpast dan wel gedeeltelijk niet betaald. Door deze verlenging blijft de schuldenaar in staat zijn vaste lasten te betalen.

Wat als de schuldenaar niet in staat is zijn woonlasten aan te passen?

Het kan voorkomen een schuldenaar ondanks passende inspanningen niet in staat is zijn woonlasten aan te passen. In dat geval rest voor hem de mogelijkheid zich te beroepen op de hardheidsclausule van artikel 475fa Rv. De rechter kan dan besluiten de BVV voor een bepaalde termijn te verhogen. Het is dan ook aan de rechter om te bepalen met welk bedrag de BVV tijdelijk moet worden verhoogd.

Hoe komt de woonkostenverhoging naar voren in de SNG Rekenmodule BVV?

In de aanroep van de SNG Rekenmodule BVV zijn er drie velden, waarvan er minimaal twee gevuld moeten worden.

  • In het veld Eigendomswoning moet aangegeven worden of het een eigendomswoning betreft of niet.

  • In het veld Woonkosten moeten de woonkosten ingevuld worden.
  • Het veld EinddatumWoonkostenVerhoging moet alleen gevuld worden als uit een eerdere BVV berekening is gebleken dat er sprake is van een tijdelijke woonkostenverhoging.
In het antwoordbericht van de SNG Rekenmodule BVV zijn er vijf mogelijke velden.
  • De velden Eigendomswoning en Woonkosten zijn gevuld met dezelfde waardes uit de aanroep.
  • Als de rekenmodule heeft vastgesteld dat er sprake is van een woonkostenverhoging, dan zijn er nog een aantal aanvullende velden gevuld.
  • Het veld TypeWoonkostenVerhoging bevat informatie of het de tijdelijke of permanente variant is.
  • Het veld VerhogingBvvVanwegeWoonkosten bevat het bedrag waarmee de BVV is verhoogd.
  • Het veld EinddatumWoonkostenVerhoging komt alleen terug als er sprake is van een tijdelijke woonkostenverhoging.  

Moet ik de einddatum van de tijdelijke woonkostenverhoging (EinddatumWoonkostenVerhoging) meegeven in de berekening van de BVV?

Als u voor het eerst woonkosten meegeeft in de berekening dan weet u nog niet of er sprake is van een tijdelijke of permanente variant. Daarom hoeft het veld EinddatumWoonkostenVerhoging in eerste instantie nooit gevuld te zijn.


Als de rekenmodule vaststelt dat er sprake is van de tijdelijke variant van de woonkostenverhoging, dan zal in het antwoordbericht het veld EinddatumWoonkostenVerhoging gevuld worden met ‘berekeningsdatum plus zes maanden’. Vanaf dat moment moet u bij elke volgende aanroep het veld EinddatumWoonkostenVerhoging vullen met de datum die u uit de rekenmodule heeft ontvangen.

Wanneer de schuldenaar recht heeft op een eenmalige verlening van zes maanden moet u de einddatum aanpassen door hier zes maanden bij op te tellen. Bij elke volgende aanroep moet u de woonkosten en de aangepaste einddatum meesturen.

De rekenmodule gebruikt het veld EinddatumWoonkostenVerhoging voor meerdere controles. Ten eerste om te kijken of deze verhoging nog toegepast moet worden; als deze verlopen is, wordt de woonkostenverhoging niet toegepast. Daarnaast wordt met dit veld ook gecontroleerd of de tijdelijke woonkostenverhoging al bij een eerdere berekening is toegepast. Als dit veld per abuis leeg is gelaten, gaat de rekenmodule ervan uit dat de tijdelijke variant nog niet eerder is toegepast, waardoor deze datum (alsnog) wordt gevuld met ‘berekeningsdatum plus zes maanden’.

Afsluiting

De rekenmodule is een belangrijke informatievoorziening voor de verbetering en de borging van het bestaansminimum. De SNG Rekenmodule BVV voert het berekenen en correct toepassen van de woonkostenverhoging volledig uit.